Onderzoek naar neurodiversiteit in werkteams

Onderzoek naar neurodiversiteit in werkteams

1 maart 2024 door Julie Houben

Er komt steeds meer belangstelling voor neurodiversiteit en ook voor de meerwaarde van neurodiversiteit op de werkvloer. Tijd voor meer onderzoek, want dat is er nog nauwelijks.

Ruimte voor elk brein

Gelukkig komen steeds meer organisaties erachter dat oog hebben voor neurodiversiteit op het werk meer is dan een filantropisch streven. Wij kunnen er als maatschappij van profiteren. Dat vindt ook Jan van Rijswijk. Hij doet onderzoek naar neurodiverse teams en deelt hieronder zijn bevindingen.

Update 2026
Het onderzoek is inmiddels afgerond. Lees meer over de resultaten. Of luister het radio-interview met Jan van Rijswijk terug over zijn onderzoek. Echt een aanrader, met veel tips voor werkgevers, collega's en neurodivergente werkenden zelf over hoe je neuro-inclusief werken kunt aanpakken. Bijvoorbeeld: maak bepaalde voorzieningen gewoon voor iedereen toegankelijk. Want ook mensen zonder diagnose zijn hier vaak mee geholpen! Onlangs verscheen ook zijn boek 'Ruimte voor elk brein. Neurodiversiteit op de werkvloer'.

Tekst: Jan van Rijswijk*

Voor ons onderzoek naar neurodiversiteit in werkteams hebben we gekeken hoeveel onderzoek in de afgelopen decennia naar dit onderwerp is verricht. De teller staat momenteel op drie. Daarmee is de wetenschappelijke aandacht voor dit thema ronduit mager te noemen. Opvallend is dat dit niet geldt voor een ander onderzoeksveld, namelijk die van cognitieve diversiteit in teams. Alleen al in de afgelopen drie decennia zijn meer dan 70 studies gedaan naar cognitieve diversiteit binnen teams.

Formele diagnose versus persoonlijkheidskenmerken

Een eenduidige definitie van zowel neurodiversiteit als cognitieve diversiteit is binnen de wetenschap helaas niet aanwezig. Dat maakt het vergelijken van onderzoeksresultaten vaak lastig. Dat is jammer. Zeker omdat de twee onderzoeksgebieden veel meer overlap hebben dan we nu terugzien in onderzoek. Waar neurodiversiteitsstudies zich vooral richten op hoe mensen met een formele diagnose goed tot hun recht komen binnen een team, gaat cognitieve diversiteit ervan uit dat het brein van ieder teamlid uniek is. Het uitgangspunt is daarbij vaak dat binnen een goed functionerend team alle persoonlijkheidstypen aanwezig zijn. Het DISC model is één van de bekendste voorbeelden, waarbij persoonlijkheidskenmerken worden ingedeeld in kleuren. Maar er zijn er meer. Tijdens ons onderzoek stuitte ik op vele tientallen cognitieve modellen.

Cognitieve diversiteit

Ik denk dat je het ook wel herkent bij jezelf, collega’s of vrienden: waar de één meer denkt in woorden, is de ander een echte beelddenker. Of waar de één uitblinkt in creativiteit, is de ander eerder punctueel. Waar de één vooral beslissingen neemt op basis van gevoel, maakt de ander graag eerst een analyse. Deze intermenselijke verschillen noemen we dus cognitieve diversiteit.

Dezelfde medaille

Misschien denk jij nu ook: hé, daar zitten best veel eigenschappen van ‘mijn ADHD- of dyslexie-brein tussen’. Dan ben je niet de enige. We zijn binnen de wetenschap te smal naar neurodiversiteit gaan kijken. Onderzoeken richten zich uitsluitend op één tot maximaal vier formele diagnoses, terwijl in werkelijkheid ieder brein uniek is. Recent onderzoek van wetenschappers uit Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk onderstreept het idee om neurodiversiteit en cognitieve diversiteit als twee kanten van dezelfde medaille te zien.

Breindiversiteit

Je zou het breindiversiteit kunnen noemen. Graag noem ik twee herkenbare voorbeelden om het idee kracht bij te zetten. Al decennia is bekend dat creativiteit in een team essentieel is om tot innovatie te komen, iets wat terugkomt in bijvoorbeeld DISC en andere cognitieve modellen. Tegelijk is bekend dat mensen in het ADHD-spectrum vaak hoog scoren op deze competentie. Een ander voorbeeld is analyse, een belangrijke cognitieve competentie om complexe problemen goed te doorgronden. Deze competentie komt bovengemiddeld vaak voor in het autisme-spectrum. Deze twee voorbeelden tonen aan dat de werelden van neurodiversiteit en cognitieve diversiteit niet op zichzelf staan.

Ieder mens is uniek

Wanneer we dit idee omarmen, verbreedt dat onze kijk op het onderwerp. We spreken dan niet meer over hoe een minderheid kan integreren in een omgeving die volledig gericht is op een meerderheid, maar het uitgangspunt is dan dat ieder mens zijn eigen unieke voedingsbodem nodig heeft om te floreren. En wetenschappelijk stelt het ons in staat om de schat aan bestaande wetenschappelijke kennis uit het cognitieve diversiteitsdomein in verband te brengen met wat we weten over neurodiversiteit. Dat is dan ook waar wij ons in ons wetenschappelijke onderzoek aan de Open Universiteit (OU) mee bezig houden.

Neurodivergenten zijn nodig

Dan rest de vraag waarom onderzoek naar neurodiversiteit in teams belangrijk is. Daar zijn meerdere antwoorden op te geven. Zo kun je het als een belangrijke maatschappelijke opdracht zien om kennis te ontwikkelen die bijdraagt aan een inclusieve werkomgeving. Maar dat is wat mij betreft niet het belangrijkste argument. We hebben als maatschappij neurodivergenten nodig. Als we iets kunnen leren van de vele cognitieve diversiteit-studies, dan is het wel dat een gebalanceerde mix van verschillende breinprofielen een team tot ongekende hoogte kan brengen. In elke denkbare sector.  Wanneer we kijken naar de uitdagingen waar we als maatschappij voor staan, kunnen we die krachten goed gebruiken!

*Dit artikel verscheen eerder in Impuls & Woortblind Magazine nr 3 - 2023

Bekijk vooral ook het Linkedin profiel van Jan van Rijswijk, want daar post hij regelmatig nieuwe onderzoeken.

En check onze pagina Werken met neurodiversiteit.

Sluiten