College voor de Rechten van de Mens stelt teleur in AOV-zaak ondernemer met ADHD

College voor de Rechten van de Mens stelt teleur in AOV-zaak ondernemer met ADHD

22 juni 2026 door Julie Houben

Wie ons een beetje volgt, weet dat we al jaren bezig zijn met de discriminatie die ondernemers met ADHD ervaren bij de aanvraag van een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). Zij krijgen geen AOV of eentje met beperkende voorwaarden.

Op zoek naar data

Sinds 2025 is Impuls & woortblind in gesprek met het Verbond van Verzekeraars. Aanleiding was een Kassa-uitzending eind 2024, waarin directeur van het Verbond Richard Weurding aangaf met ons in gesprek te willen. Samen kijken we of we meer data kunnen vinden die recht doen aan de grote verschillen die er zijn in de last die mensen van hun ADHD hebben. En daarmee samenhangend het risico op arbeidsongeschiktheid. Dit onderzoek loopt nog en het is niet eenvoudig. Als de data er waren, zouden verzekeraars ze nu al gebruiken.

Oordeel College Rechten van de Mens

Naast deze ontwikkeling liep er een zaak van een lid van ons bij het College voor de Rechten van de Mens (CRM). Zij had het College verzocht om te beoordelen of er sprake was van discriminatie in het toepassen van een clausule voor psychische klachten bij het aanvragen van een AOV. Onlangs kwam de uitspraak online: de verzekeraar had haar aanvraag voldoende individueel beoordeeld. Er was geen sprake van discriminatie. Impuls & Woortblind is kritisch op deze uitspraak en de onderliggende argumentatie en ziet reden tot zorg naar aanleiding van dit oordeel.

De kern van de zaak

De ondernemer leverde uitgebreide medische informatie aan bij de verzekeraar, om aan te tonen dat ADHD in haar geval geen verhoogd risico vormt. Tijdens deze procedure verklaarde een verzekeringsarts echter: ‘Iemand met ADHD krijgt nooit een acceptatie zonder clausule’. Dit was de reden om de zaak aan het College voor te leggen. De opvraag van extra medische informatie lijkt immers een zinloze formaliteit als de uitkomst vooraf al vaststaat.

Richtlijn zegt nee bij ADHD

Tijdens de zitting stelde de verzekeraar dat diens interne richtlijn bij ADHD eigenlijk volledige afwijzing voorschrijft. Omdat de ondernemer wél geaccepteerd was, maar 'slechts' een uitsluitingsclausule kreeg, betoogde de verzekeraar dat dit al een gunstige, individuele afwijking van de richtlijn was. Het College ging mee in deze redenering en vroeg ook geen bewijs of onderbouwing voor het bestaan van die volledige afwijzingsrichtlijn.

Maatwerk dat geen maatwerk is

Dit schept een risicovol precedent. Verzekeraars kunnen nu stellen dat ADHD per definitie leidt tot weigering, om vervolgens een uitsluitingsclausule te presenteren als 'maatwerk'.

Terug in de tijd

Deze uitspraak zet de rechtspositie van ondernemers met ADHD flink terug in de tijd. In de genoemde Kassa-uitzending stelde Richard Weurding (directeur Verbond van Verzekeraars) juist dat ADHD’ers vroeger standaard werden uitgesloten, maar dat ze tegenwoordig bijna altijd een AOV krijgen, ‘zij het onder veelal bijzondere voorwaarden’. De prikkel voor verzekeraars om écht te beoordelen of de uitsluitingsclausule wel nodig is, is door dit oordeel verdwenen.

Onbewezen schadecijfers

Een ander knelpunt is het gebrek aan inzicht in de risicoberekeningen. De verzekeraar verwees tijdens de zitting naar 'claims gerelateerd aan ADHD'. Ook op deze uitspraak vroeg het CRM niet door. Impuls & Woortblind betwijfelt de validiteit van deze data al langer. Ondernemers die een AOV mét uitsluitingsclausule afsluiten vanwege hun ADHD-diagnose, kunnen immers nooit claimen voor psychische klachten. De genoemde claimcijfers gaan dus waarschijnlijk grotendeels over ondernemers die de diagnose pas na het afsluiten kregen. En wie iets afweet van ADHD, weet dat onbehandelde ADHD risicovoller kan zijn dan gediagnosticeerde en behandelde ADHD.

Goede toetsing onmogelijk

Toetsen op discriminatie is onmogelijk als verzekeraars niet transparant hoeven te zijn over hun data en hun gebruikte richtlijn. Impuls & Woortblind had gehoopt dat een mensenrechtenorgaan, dat burgers moet beschermen tegen discriminatie, kritischer zou zijn over gebruikte cijfers en richtlijnen. Beoordelen of er gediscrimineerd wordt is niet mogelijk als de mogelijk discriminerende partij niet transparant hoeft te zijn over het gevoerde beleid en de onderbouwing daarvan.

Sluiten